info & varia
euthanasie

Er zijn eigenlijk 3 mogelijke situaties, die totaal verschillend zijn van elkaar, maar die veel mensen door elkaar halen. Situatie 1 en 2 zijn plannen die je nu (op een moment waarop je eigenlijk gezond bent) maakt voor de toekomst. Situatie 3 is een vraag om nu euthanasie toe te passen omdat je nu ziek bent. Je moet dus écht een ziekte hebben om euthanasie wegens die ziekte aan te vragen. Dit laatste is de kern van het ganse verhaal.

Heel veel info vindt u op de website www.leif.be. Indien u meer wil weten, kan u daar terecht.


Situatie 1 "wilsverklaring inzake euthanasie": Het typische voorbeeld hier is een onverwacht verkeersongeluk waarbij een persoon in een blijvende coma belandt. Die persoon was dus op het ogenblik van het ongeval volledig gezond. Je bent dus nu niet ziek, maar je legt nu al vast wat er moet gebeuren wanneer je in een coma belandt. Indien je in een coma zou belanden, kan je zelf niet meer vragen om euthanasie. Vandaar dat dit op voorhand moet vastgelegd worden. 

Enkel bij een onomkeerbare coma kan je op voorhand euthanasie aanvragen. Dementie valt hier dus niet onder. Bij dementie is situatie 2 van toepassing (zie hieronder).

Klik hier voor een modeldocument dat je kan downloaden.
 

Situatie 2 "negatieve wilsverklaring":  Het typische voorbeeld hier is dementie. Je kan niet op voorhand euthanasie vragen voor het geval u ooit dement zou worden. Je kan wél op voorhand vragen dat bepaalde zaken niet meer gebeuren ( vandaar de term negatieve wilsverklaring) indien u ooit dement zou worden. Je zou bijvoorbeeld kunnen vragen om niet meer gereanimeerd te worden of om geen sondevoeding te krijgen als je later dement wordt.

Patiënten kunnen altijd bepaalde behandelingen of onderzoeken weigeren. Artsen zijn wettelijk verplicht om dit te respecteren. Op het moment dat je arts een behandeling voorstelt kan je makkelijk weigeren. Het wordt terug anders wanneer je niet meer kan weigeren omdat je verward of dement bent.

Klik hier voor een modeldocument dat je kan downloaden.

Situatie 3 "vraag om euthanasie": Het typisch voorbeeld hier is een persoon met terminale kanker. Je bent nu wél ongeneeslijk ziek en je vraagt om nu euthanasie toe te passen. De nadruk ligt hier op "nu". De euthanasiewet maakt ook onderscheid tussen niet-terminaal ziek (voorbeelden: verlamming) en terminaal ziek (voorbeeld: vergevorderde kanker). De aanpak hiervoor is hetzelfde, maar er zijn 2 kleine verschillen. Bij een terminale patiënt moeten 2 artsen geraadpleegd worden en bij een niet-terminale patiënt 3 artsen. Bij een niet-terminale patiënt moet er ook een maand “bedenktijd” zijn tussen de aanvraag en de toepassing van euthanasie. Bij een terminale patiënt geldt deze “bedenktijd” niet.

Een speciale situatie is de situatie bij dementie.

Je kan, zoals hierboven in punt 2, een negatieve wilsverklaring opmaken. Je kan vastleggen op een moment dat je nog niet dement bent, dan je bepaalde behandelingen niet meer wil in het geval je dement wordt.

Maar je kan ook om euthanasie vragen als je in het beginstadium van dementie zit. Je kan dan vastleggen dat er later, wanneer je in een verder stadium van dementie zit en er sprake is van ondraaglijk lijden, euthanasie wordt toegepast.

De achterliggende gedachte is dat je steeds wilsbekwaam moet zijn op het moment van een vraag tot euthanasie én dat je effectief de ziekte ook al moet hebben.